• op 3 december 2013

Nieuws uit Zuid-Afrika

EEN MOEDIGE BISSCHOP

Dezer dagen zijn er in Zuid-Afrika verkiezingen en het ANC, verreweg de grootste partij in dit land, lijkt ook nu weer een meerderheid te krijgen en daarmee als enige partij de regering te gaan vormen. Het gevaar van machtsmisbruik is in zo’n situatie levensgroot en corruptie en machtsmisbruik lijken hier (zoals in bijna alle Afrikaanse landen) een onuitroeibaar onkruid. In maart j.l. heeft een onafhankelijke onderzoekscommissie de malafide praktijken van president Zuma aan de kaak gesteld en een aantal concrete vragen aan de president voor gelegd. Alsof hij boven de wet staat, weigert de president hier echter antwoord op te geven; hij zegt daar ná de verkiezingen op in te gaan. Velen zijn bang om de president hierop aan te spreken, want zijn macht is groot. Velen vrezen hun baan (of meer) te verliezen als ze zich tegen de regering van deze president verzetten, en omdat er geen noemenswaardig alternatief is voor het ANC, lijkt alles te blijven zoals het is. Tegelijkertijd is er bij vele mensen een angst dat er ná de verkiezingen grote onrust zal zijn, omdat veel mensen het niet zullen accepteren als er feitelijk niets verandert aan allerlei mistoestanden. Daarenboven is er een volksmenner (Malema) opgestaan, die veel jeugd achter zich weet te verzamelen, die hij ophitst om alle oude (lees ‘blanke’) machthebbers ‘de zee in te jagen’. Kortom: de politieke situatie is allesbehalve rooskleurig. De Katholieke Kerk (die slechts 3 % van de bevolking vertegenwoordigt) is echter niet bang om haar stem te laten horen. In een ‘open brief’ van de Zuid-Afrikaanse bisschoppen stelt de aartsbisschop van Cape Town (Mgr.Brislin), in niet mis te verstane bewoordingen, het gedrag van de president aan de kaak. Hij schrijft: President Zuma’s beslissing om niet direct te reageren op het rapport dat Thuli Madonsela heeft uitgebracht, ondermijnt zowel het instituut van de onafhankelijke onderzoeker, alsook he parlement. Het is onaanvaardbaar dat de president het land laat wachten tot na juni, terwijl de bevindingen van de onafhankelijke onderzoeker glashelder zijn: er zijn excessieve uitgaven gedaan, zogenaamd voor de beveiliging van de president, en miljoenen Rands van belastingbetalers zijn gebruikt voor privé-doeleinden die door de president zelf betaald hadden moeten worden… Volgens de wet dient de president binnen veertien dagen een antwoord te geven aan het parlement. Mijnheer Zuma heeft er echter voor gekozen om deze wettelijke en etische verantwoordelijkheid jegens het parlement te negeren. Wij hadden van het hoofd van onze natie verwacht dat hij, op het moment dat hij met een dergelijk schandaal werd geconfronteerd, de eerste de beste gelegenheid aan zou grijpen om uitleg te geven over zijn betrokkenheid in deze. Wij herinneren aan het ‘Charter voor vrijheid’, waarin gezegd wordt ‘dat er huizen, veiligheid en welvaart zal zijn voor allen’. We herinneren de president eraan dat miljoenen mensen in dit land nog altijd leven in armoede, vaak zonder huis of onderkomen. Dit alles maakt het schandaal nog groter nu 250.000.000 Rand (ongeveer 25 miljoen euro) wordt uitgegeven voor de veiligheid en het comfort van één inwoner van dit land! Getekend, Aartsbisschop Stephen Brislin. 3 april 2014   Dat Mgr.Brislin zich nogal wat vijanden heeft gemaakt met deze brief, moge duidelijk zijn. Hij laat zich echter niet muilkorven en is blijkbaar niet bang voor de mogelijke consequenties die zijn uitspraken voor hem persoonlijk, en voor de Katholieke Kerk in dit land, kan hebben. De katholieke Kerk doet momenteel hetzelfde als ze – als één van de weinige kerken in Zuid-Afrika – tijdens de Apartheid deed: het kwaad aanklagen en de kant kiezen van de onderdrukten. Dat de onderdrukkers nu in een ‘zwarte regering’ zitten, maakt duidelijk dat ‘apartheid’ gemakkelijk van ‘kleur’ kan veranderen. Nu zijn het niet meer ‘blanken tegenover zwarten’, maar ‘nieuwe rijken (vaak zwarten) tegenover armen’ of ‘machthebbers tegenover onderdrukten’. Het is een ‘nieuwe Apartheid’, die blijkbaar steeds opnieuw de kop opsteekt, maar waar mensen zoals Mgr.Brislin hun stem tegen verheffen.

5

Waar we ook komen: mensen staan klaar om te luisteren.

MISSIE

Paus Franciscus heeft een fantastische brief geschreven, ‘De vreugde van het evangelie’, waarin hij spreekt over de missie van de Kerk. Enkele citaten wil ik jullie niet onthouden, die hopelijk aanleiding mogen zijn om deze brief zelf te gaan lezen. De paus schrijft: – Er mag geen beperking zijn van de opdracht om het evangelie te verkondigen, omdat het de eerste taak van de Kerk is; – We kunnen niet passief in onze kerkgebouwen wachten, maar zullen van een pastorale bediening die vooral behoudend is, moeten gaan naar een pastorale bediening die missionair is; – Met de woorden ‘Gaat en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en leert hen te onderhouden alles wat ik jullie gezegd heb’, zendt Jezus zijn volgelingen uit om het evangelie te verkondingen in elke tijd en op elke plaats, zodat het geloof zich kan verspreiden tot de verste uithoek van de aarde; – Een evangeliserende gemeenschap raakt in woord en daad betrokken bij het alledaagse leven van mensen; het overbrugt tegenstellingen, het omarmt het menselijke leven als het in anderen het lijdende lichaam  van Christus aanraakt. Zij die evangeliseren moeten ‘de stank van de schapen’ hebben en de schapen zullen naar hun stem luisteren. – Méér administratieve werkzaamheden kunnen niet langer volstaan. Over de hele wereld zullen we permanent missionair actief moeten zijn; –  Alle hernieuwing in de Kerk moet de missie als haar doel hebben, als ze niet wil vervallen tot een kerkelijke introversie.Een pastoraal dienstwerk dat missionair wilt zijn, verwerpt de houding die zegt: “We hebben het altijd op deze manier gedaan”. Voor ons, in missie in Zuid-Afrika, is deze brief van de paus een geweldige bemoediging om niet bang te zijn om naar buiten te gaan en het evangelie te verkondigen. Tijdens de Paastijd verkondigen we – geholpen door enkele seminaristen uit Cape Town – het geloof op de pleinen, waarbij we voorbijgangers vragen om ook over hun eigen geloofservaring te getuigen. Een wonderlijk gebeuren, waarbij we de mensen tevens uitnodigden om naar de katechese te komen luisteren die we ’s avonds in de parochie geven.

6

Ons team, aangevuld met seminaristen, aan tafel kort voor een straatmissie.

Een grote bekoring is, om moedeloos te worden als resultaten tegenvallen. Onze paus kent deze bekoring maar al te goed en schrijft er over in zijn brief. Hij waarschuwt om niet uit te zijn op grote successen en roept op om met geduld het evangelie te verkondigen. Het is de weg geweest waarop de Kerk door de eeuwen heen het geloof heeft verkondigd. We planten geen bomen die snel opgroeien, maar eiken, die weliswaar een hele tijd nodig hebben om te groeien, maar die vervolgens stormen kunnen weerstaan en op hun tijd hun vruchten zullen geven.

7

pleinmissie

BENDES Ofschoon Dysselsdorp in vergelijking met grote steden zoals Cape Town, rustig en veilig is, betekent dat niet dat je er bijvoorbeeld na zonsondergang zomaar over straat kunt lopen. Verschillende bendes zorgen voor de nodige overlast, waarbij ook moord tot de mogelijkheden behoort. In de eerste vier maanden van dit jaar zijn hier vijf mensen vermoord. In de tweede gemeenschap van Dysselsdorp (een gemeenschap die is ontstaan na de katechese die we het afgelopen jaar mochten geven) zijn ook twee ex-leden van zo’n criminele bende. Beiden wilden niet langer meedoen met de activiteiten van deze bendes, die niet alleen anderen ongelukkig maken, maar ook voor de leden zelf blijkbaar geen ‘paradijs op aarde’ schenkt.

8

De ‘Americans’: één van de bendes die Dysseldorp onveilig maakt.

Kleurlingen zijn zeer tolerante mensen. Ze zullen niet snel op hun strepen gaan staan, en voor de koloniserende machthebbers (lees ‘Nederlanders’) was het dan ook heel gemakkelijk hun land over te nemen. De zwarten daarentegen hebben een heel ander temperament. Ze worden ‘strijders’ genoemd. Zij vechten voor hun rechten, hebben vaak ook meer de lichaamsgestalte van een sterke soldaat en ze treden vreemdelingen ook met een grotere terughoudendheid tegemoet dan kleurlingen, die je bijna ‘onderdanig’ kunt noemen. In het Westen van Zuid-Afrika waren er vanouds negen stammen met een lichtere kleur (‘kleurlingen’ zijn in feite afstammelingen van blanke en anderskleurige ouders); in het Oosten zijn de zwarte stammen actief, zoals de Zoeloes, de Sutu’s en dergelijke. In Dysselsdorp (waar ons team mag verblijven) wonen vooral kleurlingen. Ofschoon ze veel tollereren, zijn er ook grenzen. Op het moment dat de bendes het leven van de mensen werkelijk ondraaglijk begonnen te maken, zijn de familiehoofden gezamenlijk naar de politie gegaan en deze laten weten dat ze geen leden van de verschillende bendes in hun buurt meer zullen dulden. Samen met de politie (!) is dit tot beleid gemaakt. Zodra een crimineel opgepakt en veroordeeld werd, kreeg hij te horen niet meer in Dysselsdorp welkom te zijn. Vanuit de gevangenis begonnen deze boeven vervolgens brieven te schrijven, waarin ze om vergeving vroegen voor hun misdaden en smeekten terug te mogen komen naar Dysselsdorp. Vervolgens hebben de gemeenschappen deze voormalig-criminelen in een kerkdienst naar voren laten komen. Daar hebben ze, ten overstaan van de hele gemeenschap, om vergiffenis gevraagd, om daarna met een hartelijke vredesgroet weer in de gemeenschap te worden opgenomen. Dat dit niet het einde betekent van alle criminaliteit, is helaas een feit, maar het is wel een stap in de de goede richten, die ik in Nederland nog nergens heb meegemaakt. HOOP Afrika is door de heilige paus Johannes Paulus II ‘het continent van de Hoop’ genoemd. Ofschoon ik alleen een beetje van Zuid-Afrika heb gezien, kan ik zijn woorden goed begrijpen. Het is een continent dat weliswaar grote problemen kent, tot en met oorlogen toe, maar dat tegelijkertijd een jonge bevolking heeft en lijkt op een gezin met jonge kinderen die snel naar volwassenheid toegroeien. Op allerlei plekken zie ik deze tekens van hoop. Zo bezochten we gisteren een gezin, waar ik aan de muur van hun huis prachtige schilderijen zag hangen. Toen ik vroeg wie de schilder hiervan was, riep men een zoontje van 14 jaar (!). Chamill blijkt werkelijk een natuurtalent te zijn en is zelfs al op de televisie geweest met zijn schilderijen. Hij is één van die vele jonge mensen die met hun talenten de hoop van Afrika mag zijn. Maar niet alleen met hun talenten zullen deze mensen hun land dienen. Hun geloof is wellicht een nog groter teken van Hoop; een geloof dat zoveel natuurlijker lijkt als dat van ‘ons’, die ons vaak schamen om er voor uit te komen. Toen Chamill op de televisie gevraagd werd, waarom hij zo goed kon schilderen, was zijn antwoord: “God heeft mij dit talent gegeven en ik ben Hem er dankbaar voor!”.

9

Chamille (14 jaar) met één van zijn schilderijen.

‘Hoop’ is een geweldig geschenk dat God ons wilt geven. Bij alle problemen die we om ons heen zien (ook in onze Kerk), is er altijd wel een reden om te ‘somberen’. Maar er ís Hoop, niet omdat wij alle problemen kunnen oplossen, maar omdat er een God is die van ons houdt, zoals we zijn. Zijn goedheid en liefde is de diepste reden voor deze Hoop. Als priester van ons team ben ik géén pastoor in Dysselsdorp en kan ik dan ook weinig veranderen in een parochie, zoals ik dat als pastoor gewend was. Maar ik mag het Evangelie van de Hoop verkondigen en mensen bezoeken in hun alledaagse leven om hen te bemoedigen Gods liefde te ontvangen en aan elkaar door te geven. Het zijn de eenvoudige contachten met deze vaak arme mensen, die op een andere manier zo rijk zijn, van wie ik veel meer terug krijg dan ik kan geven. Het is voor mij met enige huiver dat ik vooruit kijk naar mijn terugkeer naar Nederland. Over twee maanden zal ik weer ergens in Limburg pastoraal werkzaam zijn. Maar zou de Heer, die mij geroepen en gezonden heeft, mij niet telkens opnieuw bij de hand nemen om mij de weg te wijzen waarop Hij me voor gaat? God is goed, op Hem mogen we vertrouwen! Ik bid voor jullie, bid ook voor mij, waarvoor dank! Alle goeds,

 10 fr.hans

25e  NIEUWSBRIEF uit Zuid-Afrika,  28 mei 2014 Beste vrienden, Onlangs zijn de bisschoppen van Zuid-Afrika terug gekomen van hun ‘ad limina-bezoek’ in Rome. Aan het einde heeft de paus hen toe gesproken en daarbij de problemen van Zuid-Afrika helder op een rijtje gezet: miljoenen AIDS-wezen; kleiner wordende katholieke families en daarmee ook een afname van het aantal roepingen; katholieken die de Kerk verlaten om naar andere kerkgemeenschappen over te gaan die méér beloven; corruptie; abortus, met de psychische en spirituele wonden die deze achterlaat; een stijgend aantal echtscheidingen; het geweld tegen vrouwen en kinderen. ‘En dit alles’ – zo schrijft paus Franciscus – ‘bedreigt de heiligheid van het huwelijk, de stabiliteit van het huiselijke leven en het leven van de gemeenschap als geheel.’ Toch spreekt de paus niet over ‘problemen’, maar over ‘pastorale uitdagingen’. Zijn brief is dan ook zeker niet somber van toon. Integendeel: de paus roept op, om temidden van deze zee van problemen het getuigenis van het Evangelie te geven. Hij herhaalt zijn oproep uit zijn brief ‘De vreugde van het Evangelie’, waarin hij hij alle Christenen oproept een nieuw hoofdstuk van evangelisatie te beginnen en de vreugde van het Evangelie uit te dragen. Hij zegt: “Zoekt naar nieuwe wegen voor de weg die de Kerk de komende jaren moet gaan!”  

NIEUWE WEGEN
Wat zijn die ‘nieuwe wegen’? Als we daar geen concreet antwoord op weten te geven, blijft de oproep van de paus in de lucht hangen. Ik ben altijd blij als ik weer van mensen hoor, of hen mag ontmoeten, die ‘nieuwe wegen’ zijn ingeslagen om het evangelie op een nieuwe manier te verkondigen. -Ik denk aan zuster Cristina (25) uit Italië, die niet bang is om met haar musicale talent mee te doen aan ‘The voice Italië’ en daar zelfs de finaleronde wist te bereiken. Als men haar interviewt, zegt ze dat ze haar zangtalent en het tv-programma wil gebruiken om te evangeliseren: ‘God neemt niets van je weg, maar Hij wil je nog veel meer geven’ getuigt ze op de televisie. -Ik denk aan de vele jonge mensen van Life Teen uit Roermond-Oost, die één of meer jaren naar de VS gaan, om daar als leke-missionaris te werken om vervolgens bij hun terugkomst in Nederland de Kerk mee op te bouwen. -Het maakt me blij als ik hoor dat door middel van ‘nightfever’ in en buiten de kathedraal van Roermond vele mensen geraakt worden om te luisteren naar een Woord van God en de kathedraal niet alleen als een museum bezoeken. En zo zijn er, God-zij-dank, ook nu heel wat gelovigen die niet uitzien ‘alsof ze van een begrafenis terug komen’ (aldus paus Franciscus), maar zoeken naar nieuwe wegen om Gods Geest werkzaam te laten zijn doorheen hun eigen leven. Zelf mocht ik in Roermond zien dat heel wat nieuwe initiatieven voor mensen die zelden of nooit naar de kerk kwamen, een handreiking waren om op een andere wijze, dan enkel via de sacramenten, in aanraking te komen met de Blijde Boodschap van ons geloof. Toch moet ik bekennen dat deze iniatieven vaak afhankelijk waren van een ‘kartrekker’ of dat een iniatief slechts voor korte tijd vruchtbaar was. Neemt niet weg dat we alles moeten proberen om ons geloof te verkondigen: ‘Wie niet waagt, die niet wint!’. Tegelijkertijd mocht ik meemaken – en ik doe dat ook heel bijzonder de laatste twee jaren als itinerant (missionaris) van de Neokatechumenale Weg – dat er een verschil is tussen nieuwe initiatieven van mensen (geïnspireerd door de Heilige Geest) en initiatieven die rechtstreeks door de Heilige Geest aan de Kerk gegeven worden. Als we spreken van ‘Nieuwe bewegingen’ in de Kerk, gaat het om veel meer dan een plaatselijk initiatief, maar om de ‘krachtstroom van de Heilige Geest’. In Nederland blijkt ondertussen dat heel wat praktiserende en actieve gelovigen tot een derlijke ‘nieuwe beweging’ behoren. De Charismatische Vernieuwing, Geloof en Licht, Life Teen, Focolare, zijn daar enkelen van. Zelf ben ik deze twee jaar op een bijzondere manier, als itinerant (missionaris), betrokken bij de actieve missie van het Neokatechumenaat. Eén van de vruchten van dit nieuw charisma in de Kerk bestaat uit de ‘families in missie’: gezinnen die alles achterlaten om de Kerk in een ander land te dienen. Het jonge gezin waarmee ik dit jaar optrek bestaat uit Simon-Pietro (27) en Annalisa (30), vader en moeder van twee kleine kinderen, terwijl ‘nummer drie’ op weg is. Ze hebben hun leven als respectievelijk ingenieur en lerares verlaten en leven nu in de broosheid van de missie waarin weinig zeker is. Als ‘itineranten’ (mensen van de Weg) zijn we nooit langer dan drie maanden op dezelfde plaats. En de plaatsen waar we leven zijn geen hotels, maar plekken die ons worden aangeboden.

1

Ons huisje in Dysselsdorp

Een dezer dagen ontdekte Simon-Pietro en Annalise, vlak voordat ze naar bed wilde gaan, een schorpioen. Niet een zwarte  met grote voorpoten en een kleine staart (van wie de beet pijnlijk is, maar ongevaarlijk), maar de dodelijke schorpioen met een lange staart. Hieronder een foto van dit beestje – na zijn dood –  van zo’n tien centimeter. In een huis met kleine kinderen (Michelle is 1 ½ jaar en Sophia 3 jaar), houden we ons hart vast!

2

Een ongewenste gast…

Toch weten we dat mensen in Afrika wel ergere gevaren en ontberingen moeten doorstaan. Ook al leven we van de Voorzienigheid, zonder vaste bron van komsten,  in vergelijking met de leefomstandigheden van de mensen met wie we mogen leven, zijn we – in materiële zin – nog altijd ‘de rijken’. Dagelijks bezoeken we mensen in hun huizen, of in hun krotwoningen. Hoe armer de mensen zijn, des te gemakkelijker is het echter om met hen in contact te komen en met hen over hun leven en geloof te spreken. Vaak sluiten kinderen zich bij onze tocht aan, zodat we na een tijdje met een hele stoet kinderen van huis-naar-huis trekken. In de allerarmste wijken is het meer dan eens, dat men ons bijna smeekt om ook weer terug te komen. Niet omdat we geld of goederen uitdelen – dat doen we niet -, maar omdat een bezoekje, waarin we ons leven met elkaar delen en getuigen over ons geloof, als een schat is, waar arme mensen blijkbaar blij mee zijn. Pastoraal gezien, zou je zeggen, een ideale werkplek! Maar we beseffen dat het ons niet mag gaan om succes of aantallen; daar waar de Heer ons zendt, zullen we naar de ‘nieuwe wegen’ moeten zoeken om mensen de rijkdom van Gods liefde te laten ontdekken.

3

huisbezoek in een shanti-town

GODS PLAN

Wie mij een beetje kent, weet dat ik een ‘man van de agenda’ ben: iemand die graag alles plant en regelt. Ook hier in Zuid-Afrika probeer ik de katechese zo goed mogelijk voor te bereiden en niets aan het toeval over te laten. Maar God spot met mijn plannen. In de parochies waar ik het meest aan huisbezoeken heb gedaan, waar we honderden flyers hebben uitgedeeld, getuigenis hebben gegeven tijdens de zondagse vieringen, komen nauwelijks mensen naar de katechese. ’t Lijkt alsof niets werkt. En terwijl we als team de moed in zo’n parochie bijna hebben opgegeven, komt er op een morgen een zuster naar ons toe en vraagt ons of we het groepje vrouwen, aan wie ze twee keer per week naailes geeft, aansluitend aan de naailessen geen katechese willen geven. Vrouwen van allerlei kerkgemeenschappen, die we nog nooit ontmoet hebben, waarvoor we niets georganiseerd hadden, kunnen we nu de katechese geven, waarvan we weten dat ze het leven van mensen kan veranderen. Het is alsof God mij telkens weer mijn plannen afneemt, maar er iets beters voor in de plaats geeft. Aan het einde van de katechese-bijeenkomsten nodigen we de mensen uit voor een ‘conviventie’ (een soort retraite van een weekend) in een mooie accomodatie, hetgeen echter 28,- euro per persoon (voor het hele weekend) kost. De meeste mensen kunnen slechts een kleine bijdrage betalen, zodat we aan het einde van het weekend met een schuld van 500,- euro achter blijven. Maar wie weet: het is niet de eerste keer dat vrienden uit Nederland de helpende hand hebben toe gestoken!

4

Dames die naailes volgen, maar ook naar Gods Woord willen luisteren.

De afgelopen twee jaar heb ik niet alleen als lid van ons missieteam, in heel wat parochies katechese mogen geven, maar was ik vaak ook assistent-priester in de parochie of plaatsvervangend pastoor. Nergens kon ik echter de parochie ‘organiseren’ zoals ik dat gewend ben geweest: ik ben immers maar een gast voor enkele maanden. Maar overal mocht ik zien dat er talloze mogelijkheden zijn om Gods Woord te verkondigen, ook als je niet ‘alles kunt organiseren’. Het is voor mij een teken van hoop, dat ik – waar ik ook werkzaam zal zijn in Limburg – mag weten dat de Heer voor me uitgaat: ik hoef zijn voetstappen maar te volgen!

5

Het meisje in het midden is vier maanden zwanger…

AIDS

20 tot 30% van de mensen in Zuid-Afrika heeft Aids. Net zoals het aantal verkrachtte vrouwen en meisjes (meer dan 50 %), is Aids iets wat je ‘aan de buitenkant’ meestal niet ziet. De schijn kan dan ook gemakkelijk bedriegen, als je omringd bent door lachende mensen. Maar wie hier Aids heeft, is ten dode opgeschreven en de leeftijd waarop de meeste mensen sterven is dan ook laag. Ofschoon ik geloof dat het leiden van een christelijk leven (waarin men het huwelijk met één partner beleeft) de beste remedie is om Aids te voorkomen, is er tegelijkertijd de realiteit, dat er een gigantisch aantal mensen lijdt aan deze ziekte die een mens langzaam maar zeker sloopt. Niet alleen door wisselende sexuele contacten, maar ook tijdens een zwangerschap, door contact met besmet bloed of een verkrachting, kan het gebeuren dat je ‘de dood in huis haalt’. De verborgen ellende is meestal groter dan wat je met je ogen kunt zien, en achter lachende gezichten gaat vaak heel wat leed verborgen. Toch roept de paus ons op, bij de confrontatie met zoveel ellende, de vreugde van het Evangelie niet te verliezen. Blijkbaar ‘hoeft niets ons te scheiden van de Liefde van God, die is geopenbaard in Jezus Christus’, zoals Paulus het in één van zijn brieven schrijft. En het is voor mij dan ook telkens weer een wonder, als ik mensen in hun diepe ellende, hoor zeggen dat God hen nog nooit in de steek heeft verlaten. Geloof is blijkbaar als een deur die je naar God open kunt zetten: Hij zal binnen komen, zodat er zelfs in de diepste duisternis een Licht blijft schijnen.
GEWELD, ARMOEDE EN GELOOF

Welke rol speelt het geloof (en de Kerk) in een gemeenschap waar geweld en armoede hand-in-hand gaan? In de vorige nieuwsbrief heb ik een foto van een brug met de naam van één van de bendes – ‘the Americans’ – laten zien. Hieronder een graffiti van een andere – meer beruchte – bende, de ‘26’, berucht vanwege de diefstallen die ze plegen. Op deze graffiti hebben ze de ‘U’ en’A’ tussen de 2 en de 6 geplaatst, hetgeen staat voor ‘Uggly Americans’. De ‘27’ is de bende die het niet schuwt om wapens te gebruiken, terwijl de ‘28’ het beruchtst is, omdat zij er niet voor terug schrikt om vrouwen en mannen (!) te verkrachten als teken van  hun overmacht.

6

Tijdens één van mijn bezoekjes aan mensen die in shacks leven (of beter gezegd: ‘slapen’, want ‘leven’ doet men buiten deze kleine woningen), ontmoet ik vier bewoners die allen lid zijn van een Pinksterkerk. Op mijn vraag welke plaats God in hun leven inneemt, vertelt één van hen dat hij lid is geweest van de ‘26’. Twee keer is hij daardoor in de gevangenis terecht gekomen, en toen hij voor de tweede keer werd vrij gelaten kwam hij in aanraking met de kerkgemeenschap, waar hij zich nu thuis voelt. Hij heeft zich los gemaakt van de ‘26’ en leeft nu van een aanzienlijk geringer inkomen als dagloner, dan hij als crimineel ‘verdiende’. Tot

7 8

Overal kom je ze tegen: de ‘handtekening’ van bendes. De ‘2’ van ‘28’ staat aan de achterkant van deze meterkast. De jongens zijn overigens geen leden van deze bendes.

mijn verbazing bekent een andere bewoner dat hij nog altijd lid is van de ‘26’. Als ik hem vraag wat hij en zijn ‘clubgenoten’ zoal doen, vertelt hij dat hij vaak met zijn ‘vrienden’ samen komt, dat men praat, een biertje drinkt, zoals iedereen. Als ik hem vraag of de ‘26’ niet bekend staat vanwege criminele activiteiten, ontkent hij dat niet. Hij weet dat zijn leven niet ideaal is, maar wie heeft een leven dat ideaal is? Ik vraag hem of hij gelukkig is bij de ‘26’, en hij antwoordt: “Niet altijd”. “Wanneer niet?” vraag ik hem. “Als er slechte dingen gebeuren..”. Ik vertel hem dat God van hem houdt, wat hij ook doet, maar dat God méér voor hem kan doen, als hij zich ook tot Hem keert. ’t Wordt een getuigenis over ‘God die liefde is’ en deze ‘boef’ luistert met een open hart. Hij zegt dat hij naar de katechese wilt komen luisteren, net als twee andere ex-leden van de ‘26’ die momenteel komen luisteren. Blijkbaar is het gemakkelijker met een boef over God te spreken en deze uit te nodigen om naar de katechese te luisteren, dan zovele anderen bij wie ik de afgelopen 27 jaar als priester vaak zo moeilijk ‘kon binnen komen’. Dysselsdorp is aan het begin van de Apartheid als plek aangewezen voor de kleurlingen. Ze moesten Oudtshoorn (de grotere stad) verlaten en 40 kilometer verder in de woestijn gaan wonen. Hier was het alleen de Katholieke Kerk die het voor deze mensen opnam. Duitse paters en zusters bouwden er niet alleen een kerk, maar ook een school, een ‘Kolping huis’ (voor het leren van ambachten aan de mensen), een ‘Jeugdkamp’ (waar men groepen kon ontvangen en met de jeugd activiteiten kon ondernemen), een ziekenhuis en huisjes voor de mensen. Toen deze mensen letterlijk met niets de woestijn werden in gestuurd, was het de Kerk die zich over hun lot ontfermde. Iets dergelijks zie ik vandaag de dag nog altijd gebeuren, onder andere in Bridgton (de wijk van de arme kleurlingen en zwarten) in Oudtshoorn. Nog altijd wonen in Oudtshoorn ‘de witten’ in de mooiste, duurste wijk. Je zult er nauwelijks een kleurling aantreffen. Bridgton is

9

echter een township, waar je een hele andere wereld binnen wandelt. Net zoals in Dysselsdorp wonen hier in kleine huisjes vaak zes à tien mensen, is de werkeloos groot, evenals het alcoholgebruik, de criminaliteit en alles wat een mens laat lijden. Maar wie zijn de echte armen? Als mensen – die in materiële armoede leven – mij spreken over hun geloof, en ik hen – op mijn beurt – vertel over de ‘rijke mensen van Nederland’ die hun kerken sluiten, en hen vervolgens vraag wie het rijkste is, is hun antwoord altijd: “Wij!” Neemt niet weg dat hun lijden vaak groot is. Een uurtje geleden (op het moment dat ik dit schrijf), kom ik net terug uit ‘de Bokraal’ (de armste wijk van Dysselsdorp). In een één-kamer-huisje van vier bij vier meter, woont een echtpaar met vier kinderen. Ze slapen samen in twee bedden. Vader en moeder hebben beiden Aids. Hij is bang om dood te gaan, zo vertrouwt hij ons toe. Hij is alcoholist, evenals zijn vrouw. ’t Lijden heeft altijd een geschiedenis. Zijn stiefvader heeft zijn moeder dood geschoten, toen hij 28 jaar jong was. Nu is het zijn beurt – zo laat hij ons weten – om deze moordenaar te doden. Het is één van de talloze verhalen die ik dagelijks te horen krijg. Wat kun je doen? Wat kun je zeggen? Telkens weer geconfronteerd met een onoverzienbare hoeveelheid lijden, blijkt een Woord van geloof echter een wonderlijke balsem te zijn voor een ziel die al zoveel heeft moeten doorstaan. En terwijl Christus verkondigd wordt, ‘verschijnt’ Christus in ons midden, schenkt Hij ons zijn vrede en kunnen we – hoe vreemd het misschien ook klinkt – deze vrede werkelijk toelaten in onze harten.  TWEE WERELDEN Het is alsof ik in twee werelden leef. Als ik het nieuws in Nederland via internet volg, lees ik: Nederlanders lopen van alle inwoners van de Europese Unie het minste gevaar op armoede of sociale uitsluiting. Dat meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag. Nederland staat daarmee bovenaan de Europese ranglijst. Armoede is hierbij gedefinieerd als een inkomen van minder dan 60 procent van het doorsnee inkomen in een land. Sociale uitsluiting ontstaat als mensen niet kunnen beschikken over duurzame goederen als een auto, kleurentelevisie, wasmachine of telefoon. Als ik dat vergelijk met de mensen die hier wonen, zie ik: –          mensen die werkloos zijn en geen enkele uitkering ontvangen; –          bijna niemand is hier in het bezit van een auto; –          miljoenen mensen in dit land leven zonder aansluiting op het electriciteitsnet of op de watervoorziening, terwijl men het vaak met één toilet en kraan moet doen voor zes woningen…

10

Eén van de ontelbaar armen. Ze is 37 jaar oud, woont hier al 17 jaar, met vier kinderen, zonder aansluiting van water, zonder electriciteit.

Als ik vervolgens de brief van paus Franciscus (‘de vreugde van het Evangelie’) lees, waarschuwt deze voor een ‘globalisering van onverschilligheid ten opzichte van de armoede’. Hij schrijft: ‘Zonder dat we het wellicht in de gaten hebben, eindigen we ermee niet meer open te staan om medelijden te hebben met de kreet van de armen, om te huilen met andersmans leed, en de noodzaak te voelen de armen te helpen, alsof dit alles de verantwoordelijkheid van anderen is en niet van ons. De cultuur van welvaart doodt ons; we worden enthousiast als de markt ons iets nieuws aanbiedt om te kopen, en te zelfdertijd slagen al degenen die achterblijven er niet in, ons tot actie te bewegen.’ Eerlijk gezegd, vind ik het heel moeilijk om goed om te gaan met de armoede, waarmee ik hier dagelijks wordt geconfronteerd. Als ik aalmoezen geef, ben ik als een Sinterklaas die geen stap meer buiten de deur kan zetten, zonder omringd te worden door mensen die bedelen om geld. Maar hoe geloofwaardig is het verkondigen van het Evangelie, als je de arme met een lege maag achterlaat? Nog belangrijker dan het al dan niet geven van aalmoezen (iets wat aan de ‘buitenkant’ kan blijven), is mijn ‘binnenkant’. Wat dat betreft ben ik blij met de e-mail die ik van mijn klasgenoot Bert van Megen ontving, kort na zijn bisschopswijding. Schrijvend over zijn taak als nuntius in Soudan, zegt hij: ‘Het werk vraagt vaak veel geduld, begrip en liefde. Recht doen aan mensen is niet altijd makkelijk, omdat het vaak betekent dat ikzelf een stapje terug moet doen, opdat die ander er ook mag zijn.’ Dagelijks besef ik hoe moeilijk het is dit ‘stapje terug’ te zetten. Graag wil ik ‘vooruit’, maar het is maar de vraag of mijn ‘vooruit-gaan’ ook een ‘vooruitgang’ is. Het is en blijft een hele klus om – zoals Bert het zei aan het eind van de bisschopswijding – onze opdracht waar te maken en weer een dienende Kerk te worden; een Kerk die de voeten van de mensen wast. Mijn verleiding is het vaak om mensen de ‘oren te wassen’ in plaats van hun voeten. Een ‘aalmoes van liefde’ (ongeacht of die nu financieel of immaterieel is) daarentegen zal niet alleen de ontvanger, maar ook de gever tot zegen zijn. De armen hier in Zuid-Afrika zijn dat voor mij een heel bijzondere manier. Terwijl ik niet weet hoe ik hen in hun armoede werkelijk nabij kan zijn – mijn liefde is nog altijd verziekt met zoveel eigenliefde -, laten zij mij in hun eenvoud zien wat het wil zeggen, ‘een stapje terug’ te moeten doen. Hun armoede laat mij vaak beschaamd staan, terwijl hun Godsvertrouwen voor mij een aanmoediging is om iedere dag weer Hem te volgen, die voor mij ‘een stapje terug’ heeft gezet. Morgen vieren we het feest van Christus’ Hemelvaart, als Jezus zijn leerlingen uitstuurt om zijn getuigen te zijn tot aan het uiteinde van de wereld. Mag ik jullie om gebed vragen? Dat ik hier, ‘aan het einde van de wereld’, in alle eenvoud zo’n getuige mag zijn. Ik bid ook voor jullie: om de vreugde van het Evangelie. Alle goeds,11 p.s. Wie ons wil helpen om het bezinningsweekend te betalen, dat we met de mensen van Dysselsdorp komend weekend willen houden: een bijdrage kan worden overgemaakt op Ibannummer NL15 INGB 0001.45.24.22 t.n.v. J.Kreuwels o.v.v. ‘missie Zuid-Afrika’, waarvoor onze hartelijke dank!

26e NIEUWSBRIEF uit Zuid-Afrika, 1 juli 2014
Beste vrienden,

Bij deze een laatste ‘nieuwsbrief’ uit Zuid-Afrika. Mijn tijd van ‘itineranatie’ (missie) zit er bijna op. De mail die ik van Mgr.Schnackers ontving, liet daar geen twijfel over bestaan: “Nadat je was toegestaan om één jaar in Zuid-Afrika te verblijven, is er op jouw verzoek nog een tweede aan toegevoegd. Maar nu gaan we ervan uit, dat je terugkeert.” Ik zal ‘terugkeren’en afscheid moeten nemen van Afrika, waar ik een wonderlijke tijd mocht doorbrengen. Ik hoop dat de ervaringen die ik hier heb mogen opdoen, mij helpen om ook in eigen land als priester dienstbaar te zijn.

1

Bye, bye, Africa…

OP WEG
Begin juni lezen we dagelijks in de H.Mis over de reizen van Paulus. ’t Is als een reisgids, waar we ons goed in herkennen. Op de dag dat ons missiegezin voor enige tijd terug moet gaan naar Rome, spreekt de lezing over het afscheid dat de mensen van Efese moeten nemen van Paulus, die ze uitgeleide doen naar zijn schip. Ook hij is op weg naar Rome. Piotr – mijn socius – gaat half juni terug naar Europa. Zijn tijd van itinerantie zit erop en hij is geroepen door de bisschop van Brussel om diaken gewijd te worden. Op het laatste moment blijkt er echter een ander bestemming voor hem te wachten: hij wordt naar Luxemburg gestuurd, waar de gemeenschappen van de Neokatechumenale Weg een priester hard nodig hebben. Ook Piotr blijft zo een ‘itinerant’, een man ‘op weg’. Zelf blijf ik nog een maand in het bisdom van Oudtshoorn.

2

Met ons zevenen (én de kleine in de buik van Annaliza) op weg, in de auto geschonken door vrienden uit Nederland.

Voordat Piotr echter terugkeert naar Europa, worden we gevraagd om voor twee weken naar Durban (aan de andere kant van Zuid-Afrika) te gaan, waar de seminaristen momenteel zonder priester zijn. Zo’n honderd kilometer ten noorden van Durban, wonen de seminaristen aan de rand van de jungle, waar de apen hen komen bezoeken, vanwege de vruchten die ze hier in de tuin vinden. Maar zelfs in de metropool Durban kom je deze apen tegen, die hun natuurlijke schuwheid hebben afgelegd in hun zoektocht naar voedsel.Durban is, met bijna 4 miljoen inwoners, één van de grotere steden in Zuid-Afrika. Momenteel wonen er – buiten India – de meeste Indiërs ter wereld. In het verleden is Zuid-Afrika verschillende keren van ‘eigenaar’ gewisseld. De Portugezen, de Nederlanders (de voorlopers van de ‘Afrikaner Boeren’) en de Engelsen hebben met geweld dit land in bezit genomen en elkaar bestreden. In de tijd van de Anglo-Boeren-oorlog (1899-1902) waren het de Engelsen die de concentratiekampen hebben ‘uitgevonden’. Hitler heeft hier zijn duivelse plannen afgekeken.
Verspreid over Zuid-Afrika waren er tijdens deze oorlog tientallen concentratiekampen. Hieronder een foto van een monument in een kleinere plaats (Howick), waar alleen al een paar honderd kinderen om het leven zijn gekomen…

3                                                                                                                                                            4

                                                                              Concentratiekampen, lang vóór de Tweede Wereldoorlog…

In hetzelfde plaatsje Howick werd Nelson Mandela in 1962 gevangen genomen, om vervolgens 28 jaar lang in gevangenschap te moeten doorbrengen. Apartheid lijkt het laatste slotaccoord te zijn geweest van eeuwenlange onderdrukking van zwarten en kleurlingen door de blanken. Zuid-Afrika is echter ook één van de weinige landen waar het einde van slavernij en onderdrukking niet gepaard is gegaan met een bloedbad, ook al zal er best nog een hele tijd overheen gaan voordat alle scheidsmuren zijn afgebroken.

5

Waarschuwingsborden, ten tijden van de Apartheid, voor’oerbewoners’…

JACOB
Terug in Dysselsdorp ontmoet ik bij één van m’n huisbezoeken Jacob. Hij vertelt me hoe God hem op een wonderlijke manier ‘tot de orde’ heeft geroepen. “Ik leefde voor mijn werk. Dat was mijn afgod. Op een boerderij, midden in de woestijn van de Karoo, werkte ik het grootste deel van tijd als dagloner. Mijn vrouw woonde met de kinderen in Oudtshoorn en zag me nauwelijks. Omdat ik me voor de volle honderd procent voor mijn werk gaf, klom ik al snel op tot opzichter, waardoor ik de andere dagloners niet alleen hun werk moest geven, maar ook hun loon moest uitbetalen. Onder hen waren er die jaloers waren op mijn positie, hetgeen op zekere dag bijna mijn dood betekende. Op een vrijdagnamiddag, toen iedereen zijn loon had gekregen, en sommigen – zoals gebruikelijk op de betaaldag – al door de alcohol beneveld waren, liep ik langs hen, omdat ik naar huis wilde gaan. Plotseling omsingelden ze me en kwamen met messen op me af. Ze staken me, waar ze maar konden, sloegen en trapten op me, en lieten me vervolgens voor dood achter. Toen na een tijdje de politie kwam, constateerde deze dat ik dood was, en met een lijkenwagen werd ik naar de lijkkamer van het ziekenhuis in George gebracht. Toen daar iemand me wilde klaar maken voor de koelcel, vond hij het vreemd dat mijn lichaam nog altijd warm was. Ik leefde nog altijd… Omdat men niet kon geloven dat ik al mijn verwondingen zou overleven, deed men niets, maar wachtte zeven dagen om te zien wat mijn lichaam zou doen. Ik overleefde. Men wilde een arm afzetten omdat de botten op meerdere plaatsen gebroken waren, maar ik protesteerde en vroeg of ze me niet toch wilde opereren. Twee jaar lang moest ik revalideren: weer leren lopen, spreken en mijn armen en handen gebruiken. Ik begreep dat God mij ‘uit de dood’ had terug geroepen en me zo een kans heeft willen geven mij te bekeren. Nu ben ik diaken bij de Apostolische gemeente en zie ik het als mijn roeping over de goedheid van God te getuigen. Ik ben weliswaar als gehandicapte afgekeurd, maar ik heb genoeg krachten om hout te kunnen verzamelen dat ik hier bij mijn huis klein hak en als brandhout verkoop, waardoor ik in mijn levensonderhoud kan voorzien. God is goed. Mijn leven behoort nu helemaal aan Hem!”

6

Jacob

WINTER
Terwijl Nederland zich mag verheugen over de zomer, begint het hier in Zuid-Afrika winter te worden. In het woestijngebied waar ik verblijf, is het overdag ‘aangenaam herfstweer’, maar zodra de zon ondergaat (rond half zes in de avond) daalt de temperatuur tot het nulpunt. In Dysselsdorp heeft bijna niemand verwarming in z’n huis, laat staan in de ‘hokken’, zoals de mensen hier hun krotwoningen noemen. Voor velen is het dan ook letterlijk kou lijden,waarbij ziektes zoals tuberculose nog meer kans krijgen dan gewoonlijk. Zojuist (zaterdag 21 juni) kom ik terug van de begrafenis van Ronelda, een meisje van vijf jaar. De laatste maanden heeft dit meisje tuberculose gekregen. Daar haar gezondheid al zwak was, heeft ze ’t niet overleefd. In Dysselsdorp leven zo’n 3000 kinderen onder de twaalf jaar, en ook al zijn het er zoveel: als een kind sterft komt de gemeenschap bij elkaar. Men bezoekt de familie thuis, heeft avonddiensten en bij de uitvaart – vanmorgen – waren zeker zo’n 150 aanwezigen, onder wie ook al de klasgenootjes van Ronelda. Hier houdt men de dood niet verborgen voor de kinderen. Samen gaat men na de Uitvaartmis naar het kerkhof, waar aan het einde van de dienst het graf door de mannen wordt dicht gemaakt. ’t Is ijskoud in de kerk en op het kerkhof, zoals het ook in de huizen ijskoud is, maar de warmte van mensen die elkaars leed dragen maakt veel goed. Wat zou ik graag iets van dit ‘met-elkaar-meeleven’ meenemen naar Nederland, waar mensen in hun verdriet en tegenslag zo vaak alleen staan.
In de Bokraal (de armste wijk van Dysselsdorp) kookt men ook in de winter buiten op een vuurtje van hout. Een gasfles (14,- euro) is voor deze mensen ‘onbetaalbaar’. Tachtig procent van de bevolking is werkloos, terwijl voor de meesten de enige uitkering bestaat uit 21,- euro per kind, per maand. Als men geluk heeft, vindt men nog werk bij een boer, maar ook daar ontvangt men voor het werk van zes uur in de ochtend, tot zes uur in de avond, welgeteld 7,- euro. Eerlijk gezegd blijf ik me, bij het zien van deze armoede, uiterst ongemakkelijk voelen, ook al mag ik me – wat het verdragen van de kou betreft – een beetje als ‘één van hen’ beschouwen. ’t Laat me de luxe zien, die ik altijd in Nederland mocht ervaren, waar de verwarming automatisch aanspringt als de temperatuur onder de 15 graden komt. ’t Heeft iets primitiefs, maar ’t is wel effectief, om het voorbeeld van de mensen hier te volgen: ’s avonds maak je een vuurtje voor je huis (waar je je bij warmt) en vervolgens neem je de warme houtskool op een plaat mee naar binnen, waar de gloeiende kolen de kou van de nacht breken.

7

Maar ik blijf ‘de rijke witte’ en ’t verschil is dan ook ongelooflijk. Als ik zie hoe zes mensen leven in een ‘hok’ van 4 x 5 meter, zonder electriciteit, gas of stromend water, besef ik hoe ik nog altijd bij die ‘andere wereld’ hoor, waar er zoveel overvloed is. Een overvloed die echter ook oproept tot barmhartigheid. Met de giften die ik van jullie mocht ontvangen, tekens van jullie barmhartigheid, kan ik mensen die in de grootste nood leven helpen. Ik koop er voedselbonnen mee en geef deze aan hen, die het meest in nood zijn, zodat men in de
plaatselijke levensmiddelenwinkel kan kopen waar men het meest behoefte aan heeft. Tegelijkertijd besef ik dat dit niet mijn primaire taak is. Temidden van alle materiële armoede mag ik hen, en zij mij, versterken in het geloof dat een Blijde Boodschap is, en waarvan ik zie dat dit de harten van mensen kan verwarmen, ook als men uiterlijk kou lijdt en de lichamen van velen vaak uitgemergeld zijn.

HIV EN TUBERCULOSE…
Voor veel mensen is het een taboe om te zeggen dat je HIV of Aids hebt. Het roept immers vragen op ‘hoe’ je dit hebt gekregen. En in plaats van meeleven, ontvang je het stigma van ‘eigen schuld’ door een al te vrije levenswandel. Mensen geven dan ook eerder een andere ziekte op dan de feitelijke ziekte die ze hebben. Vaak hoor je dat iemand gestorven is aan tuberculose. Soms is dit ook waar, maar wat niet gezegd wordt, is dat er een andere ziekte aan vooraf is gegaan… Sommigen willen niet behandeld worden, bang dat hun ziekte bekend zal worden bij familie en vrienden. Zo zijn er ook tieners die Aids hebben, en die in het geheim naar de dokter gaan voor medicijnen, terwijl hun ouders menen dat het om een meer onschuldige ziekte gaat, of helemaal nergens van weten.
Een sociaal werker vertelt:“Zelf begeleid ik in Dysselsdorp zo’n 500 patienten met HIV. Hoeveel mensen in Dysselsdorp deze ziekte hebben, weet ik niet, maar ik schat tussen de 1000 en 2000 (van de ongeveer 14.000 inwoners hk). Eén van hen is een meisje van 14 jaar. Haar moeder en oma voeden haar op, maar ze hebben mij nooit willen vertellen wat er gebeurd is. Ik begeleid dit meisje nu al een lange tijd en uiteindelijk kwam het hoge woord eruit: ze is tussen haar zevende en tiende levensjaar misbruikt door haar stiefvader. Haar moeder wilt hier niet over spreken en er is dan ook nooit een aanklacht tegen deze stiefvader ingediend. Het meisje leeft bij haar oma en ze wilt – begrijpelijk – niet haar eigenlijke huis… Nu op school bekend is dat ze HIV heeft, wordt ze gemeden door haar klasgenootjes en is haar situatie nog hopelozer geworden. Toen ze lichamelijk snel achteruit ging, vroeg ik haar oma of ze er ook op toezag dat haar kleindochter de medicijnen slikte, hetgeen niet het geval bleek te zijn. Onder de matras van haar bed, vonden we de medicijnen van de afgelopen maanden terug… Ze wilt niet meer leven en het niet slikken van haar medicijnen staat gelijk met zelfmoord. Het is maar één van de gevallen, waarvan de buitenwereld vaak niets weet, en waar zo gemakkelijk een oordeel over geveld wordt: ‘ze hebben ’t aan zichzelf te danken’. ”

8

TERUG NAAR NEDERLAND
Als er niets tussen komt, land ik 15 juli op Schiphol, om vervolgens in de stadscluster van Kerkrade aan de slag te gaan. Ik ben gevraagd om als pastoor in Chevremont en Haanrade en assistent in Kerkrade-centrum te gaan werken, samen met de deken van Kerkrade, in een federatie-in-oprichting, die uiteindelijk zes kerken moet gaan omvatten. Vier kerken zijn in dit gebied al gesloten, zoals op zoveel plaatsen in Nederland, waar de Kerk kleiner wordt en we naar nieuwe wegen moet zoeken. De afgelopen twee jaar zijn voor mij een tijd geweest om de oude vertrouwde paden voor een tijdje te verlaten en te zien hoe de Kerk wereldwijd wegen gaat, die ook voor ons, in Nederland, misschien een hulp kunnen zijn. Bij de priesterwijding van Alejandro zei onze bisschop: “Nederland is zelf een missieland geworden, afhankelijk van de wereldkerk. We willen niet langer in zelfgenoegzaamheid de ramen gesloten houden. Maar onze ramen zijn nu open gezet, opdat de bezieling uit vele delen van het Zuidelijk halfrond nu in onze richting kan komen. Juist in onze tijd ligt het voor de hand dat we de vitaliteit en de universaliteit van de wereldkerk tot ons toelaten”.
Ik heb het de afgelopen twee jaar als een bijzonder geschenk ervaren om iets van die Wereldkerk te mogen zien en de vitaliteit ervan te mogen proeven. Voor mij is Afrika inderdaad een continent van Hoop geworden. Ik heb er mogen zien hoe de Heer zijn Kerk leidt, ongeacht de moeilijkheden die er ook hier in dit land zijn; een land waar geloven enerzijds zoveel natuurlijker is als in Nederland, maar waar men anderzijds ook moet zoeken hoe dat kostbare geschenk van ons geloof te midden van allerlei moeilijkheden te laten groeien. ‘Terug naar Nederland’ is dan ook een een nieuwe uitdaging. Missionaris-in-eigen- land zijn, is een uitdaging, maar gelukkig wel vanuit het vertrouwen dat het uiteindelijk Christus zelf is die Zijn Kerk leidt en ons beloofd heeft bij ons te zijn ‘tot het uiteinde der aarde’. Voor mij is dat ‘uiteinde der aarde’ momenteel Nederland, waar ik jullie hoop weer snel, gezond en wel, te mogen begroeten. Voor allen die de missie in Zuid-Afrika de afgelopen twee jaar financiël hebben ondersteund: hartelijk dank! Dank vooral voor jullie gebed, waar ik op mocht rekenen, en waarin we – ondanks de grote afstand – steeds één mochten zijn. Moge de Heer ons zijn rijke zegen blijven schenken.
fr.hans

Goede God,
Aangekomen op een nieuw kruispunt in mijn leven
kijk ik terug op de weg die achter mij ligt
en ik zie ik hoe U er altijd voor mij hebt willen zijn.
Ja ook toen ik bijna verdronk,
was U er die mij iemand zond om mij te redden.
U bent het die mij niet in de golven van mijn zonden
ten onder hebt willen laten gaan,
maar mij hebt gered en op weg gezet om van U te getuigen.
Toen ik in het ziekenhuis lag en niet meer kon lopen,
begreep ik dat U het bent – en U alleen –
die mij op weg stuurt en laat leven.
Op de kruispunten van mijn leven,
als een kruis mij soms de moed benam,
liet U me zien dat U er bent.
U hebt mij deze wonderlijke tijd in Afrika geschonken.
Een tijd waarin ik vrij van de zorgen van het ‘gewone parochiewerk’,
Uw Blijde Boodschap aan de mensen mocht verkondigen;
in alle eenvoud, zonder grootse resultaten,
soms ogenschijnlijk zelfs zonder zin.
Maar ik ben blij,
omdat ik juist met de mensen die ik hier mocht ontmoeten,
het geloof mocht delen,
dat zin en richting geeft, ook aan mijn eigen leven.
Ik dank U vooral voor de allerarmsten die ik mocht ontmoeten
en die in al hun gebrokenheid, zo dicht bij U staan.
Zij zijn voor mij een aansporing om ook mijn eigen gebrokenheid te accepteren
en me daarmee meer aan U toe te vertrouwen.
Hoe vaak bleef ik niet staan aan de buitenkant van het leven,
bezig met zoveel dingen, die ogenschijnlijk zo belangrijk zijn?
Hier in Zuid-Afrika mocht ik zien
hoe er een weg naar binnen is,
juist als alle ‘buitenkant’ wegvalt.
Ik dank U God voor de mensen die mij hebben genomen, zoals ik ben:
en dat is al een wonder op zich…
Ik dank U voor de mogelijkheden die U mij schonk
om over u te spreken en van Uw Liefde te getuigen.
Ik dank U dat ik U dichtbij me mocht weten als U tot mij sprak
door Uw Woord, in de sacramenten en in de mensen om mij heen.
Goede God, nu ik terug moet keren naar Nederland,
is er angst voor het onbekende,
twijfel of ik er wel mijn roeping kan vervullen.
Ik breng ’t bij U, want ik geloof:
U bent een God die van mij houdt zoals ik ben.
Ik vraag U: help me om vanuit dit geloof m’n weg te vervolgen.
Waarheen die me ook leidt.
U zult er zijn.
Dat is genoeg. hans

Pastoraal team

Pastoor Carlos Ivan Martínez
Nassaustraat 90, 6043 ED Roermond
Tel: 0475-33 28 37 of 06-29 23 72 31
E-mailadres: carlosivan0221@gmail.com

Kapelaan Miguel Alberto Estrada
Nassaustraat 90, 6043 ED Roermond
Tel: 0475-33 28 37 of 06-29459354
E-mailadres: miguelestrada973@gmail.com

Parochiebureau

Pastoor Ramakersstraat 8.
Telefoonnummer: 0475 329517
E-mailadres: parochie.roermond.noord.oost@gmail.com
Open op maandag, woensdag en vrijdag van 09.00 tot 11.30